09-01-2019

Dat België vorig jaar erg afhankelijk was van het buitenland voor zijn stroom­voorziening, is volgens Evelyn Heylen en Dirk Van Hertem geen reden tot bezorgdheid.

 


Geschreven door Evelyn Heylen en Dirk Van Hertem, beiden verbonden aan het Departement Elektrotechniek van KU Leuven en EnergyVille. Verschenen op 09 januari in De Standaard.

Evelyn Heylen

Contact

Evelyn Heylen

Post-Doctoral Researcher
Dirk van hertem

Contact

Dirk van Hertem

Professor Electrical Engineering at EnergyVille/KU Leuven

De eengemaakte Europese elektriciteitsmarkt doet haar werk. Vorig jaar voerde ons land bijna drie keer zoveel elektriciteit in uit het buitenland als in 2017 (DS 7 januari). Dat betekent niet noodzakelijk dat er een tekort is aan beschikbare binnenlandse productiecapaciteit, het is vooral het gevolg van een streven naar efficiëntie.

De eengemaakte Europese elektriciteitsmarkt mikt op minimale kosten voor de elektriciteitsproductie en -levering door elektriciteit te verhandelen tussen verschillende landen op één markt. Daardoor kan de elektriciteit geproduceerd worden in de landen waar dit het goedkoopst is. Vervolgens wordt ze getransporteerd naar de afnemers. België is niet altijd de meest kosteneffectieve plaats om (alle) elektriciteit te produceren, waardoor het efficiënter is om elektriciteit in te voeren.

Dat kan aan de omstandigheden liggen. Wanneer nucleaire centrales niet beschikbaar zijn, is het bijvoorbeeld soms duurder om lokale gascentrales elektriciteit te laten produceren dan om wind- of zonne-energie uit het buitenland te gebruiken. België kan ook structureel minder geschikt zijn om elektriciteit te produceren, vooral in een systeem dat meer wil steunen op hernieuwbare energiebronnen. Ons land heeft nu eenmaal niet de optimale klimatologische en geografische omstandigheden voor de productie van elektriciteit met behulp van zon, wind of waterkracht. Een land als Noorwegen heeft meer potentieel voor elektriciteitsproductie met behulp van waterkracht, en de zon schijnt vaker in zuiderse landen dan in België. In een ideale geliberaliseerde energiemarkt gebeuren investeringen alleen op de meest kosteneffectieve locatie in het Europese systeem. Idealiter kan lokaal beleid dat niet meteen beïnvloeden.

Geen gevaar

Een duidelijke visie over de rol van België in het Europese energielandschap is noodzakelijk

De verbindingen tussen de landen hebben fysieke limieten, waardoor de effi­ciëntie van de eengemaakte markt momenteel beperkt is. Terwijl de piekvraag in België in de afgelopen jaren schommelde rond 13.500 megawatt, kan slechts 5.500 megawatt aan elektriciteit worden getransporteerd tussen België en zijn buurlanden. Dat komt overeen met de productie van vijf tot zes kerncentrales. Een deel daarvan is gereserveerd voor het transport van elektriciteit in crisissituaties. De interconnectiecapaciteit zal tegen 2020 toenemen met 2.000 megawatt: 1.000 megawatt tussen België en Duitsland (Alegro) en 1.000 megawatt tussen België en het Verenigd Koninkrijk (Nemo Link). Bijkomende verbindingen met de buurlanden en verspreid over Europa kunnen de efficiëntie van de elektriciteitsvoorziening verder verhogen.

Het is niet omdat we veel elektriciteit importeren dat de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening in gevaar is. Tenminste, zolang de productie- of importcapaciteit voldoende groot is. De netwerkcode waaraan transmissienetbeheerder Elia moet voldoen, schrijft voor dat de werking van het systeem niet in het gedrang mag komen als een van de elementen uitvalt. Bovendien is wettelijk vastgelegd dat het aantal uren waarin de verwachte vraag de productiecapaciteit overschrijdt niet groter mag zijn dan drie uur voor een gemiddeld jaar en 20 uur voor een uitzonderlijk jaar. De transmissienetbeheerder moet op elk moment voldoende reserves hebben om aan die betrouwbaarheidscriteria te voldoen.

Internationaal perspectief

In een Europees energiesysteem waarin hernieuwbare energiebronnen een substantieel onderdeel vormen van de elektriciteitsopwekking, wordt een nationale kijk op elektriciteitsvoorziening minder realistisch. Een duidelijke visie over de rol van België of van gelijk welk land in het Europese energielandschap is noodzakelijk. Er is ook nood aan een kosten-batenanalyse die rekening houdt met investeringen in productie- en transmissiecapaciteit en de elektriciteitsprijs voor de eindgebruiker. Tegelijkertijd moeten de risico’s van de afhankelijkheid van andere landen in rekening gebracht worden, zeker voor een importland. Merk op dat we ook voor andere energiebronnen (olie, gas) afhankelijk zijn van andere landen.

Als de vereiste om nagenoeg zelfvoorzienend te zijn in onze bevoorrading van elektrische energie wordt losgelaten, is een krachtdadig beleid met internationaal perspectief onontbeerlijk.