20-03-2019

De rol van de bebouwde omgeving, en specifiek van bouwmaterialen, om te komen tot een circulaire economie mag niet onderschat worden. Volgens een typologisch onderzoek van de residentiële gebouwen in België zijn bouwmaterialen verantwoordelijk voor 10 tot 30% van de milieu-impact over de hele levenscyclus van een typisch Belgische woning gebouwd voor 2001. De expert talk van deze maand, geschreven door Carolin Spirinckx, Lisa Damen en Karolien Peeters (EnergyVille/ VITO), toont welke voordelen milieuproductverklaringen kunnen bieden voor de Belgische bouwsector. 

Geschreven door Carolin Spirinckx, Karolien Peeters en Lisa Damen. Carolin Spirinckx is activiteitencoördinator van de onderzoeksgroep ‘Building and Energy Technology Life Cycle Evaluation’ binnen EnergyVille/VITO en verantwoordelijk voor de academische aspecten van de onderzoeksgroep ‘Bouwmaterialen en -concepten’. Zowel Karolien Peeters als Lisa Damen zijn expert in duurzaamheidsanalyses voor de bebouwde omgeving binnen deze onderzoeksgroep.


Context

De bebouwde omgeving ondergaat momenteel een transitie naar een duurzamere toekomst met belangrijke implicaties voor het milieu en op financieel en sociaal vlak. In het verleden werd al veel aandacht besteed aan de energieprestaties van gebouwen [1]. Aangezien het energiegebruik van woningen significant blijft dalen, kan de totale milieu-impact van gebouwen in de toekomst grotendeels toegewezen worden aan de gebruikte bouwmaterialen. Deze bouwmaterialen hebben immers een impact op het milieu tijdens het productieproces, het transport naar de werf, de bouw en de afbraak van het gebouw. Nieuwe procesontwikkelingen en recyclagemogelijkheden zijn essentieel om dit verder te optimaliseren [2].

LCA bouwmaterialen

                                                             (Vandenbroucke M, 2016)

De rol van de bebouwde omgeving, en specifiek van bouwmaterialen, om te komen tot een circulaire economie mag niet onderschat worden. Volgens een typologisch onderzoek van de residentiële gebouwen in België zijn bouwmaterialen verantwoordelijk voor 10 tot 30% van de milieu-impact over de hele levenscyclus van een typisch Belgische woning gebouwd voor 2001. Dit aandeel wordt verwacht relatief toe te nemen in de komende jaren, aangezien het aandeel van de energie-gerelateerde milieu-impact doorheen de economische levenscyclus van een gebouw significant zal afnemen dankzij de bouw van, en renovatie tot lage-energie, passieve, energie-neutrale en actieve gebouwen [3]. De manier waarop bouwmaterialen gebruikt worden, zal de duurzaamheid bepalen over de volledige levensduur ervan. Deze factoren gelinkt aan bouwmaterialen worden momenteel nog te weinig belicht.

De ‘Building and Energy Life Cycle Evaluation’ onderzoeksgroep binnen EnergyVille biedt een geïntegreerde aanpak op basis van levenscyclus modellering aan voor de duurzaamheidsprestaties van gebouwen, energieproducten, -technologieën en -systemen. Hiermee willen ze beleidsmakers ondersteunen en optimalisatieprocessen voor ontwerp, productie, transport, installatie/bouw, gebruik, afbraak en recyclage mogelijk maken. De onderzoeksgroep evalueert innovatieve gebouwconcepten en houdt daarbij rekening met de aanpasbaarheid van gebouwen, polyvalent gebruik, de demontage en het hergebruik van bouwmaterialen. Aan de hand van wetenschappelijk onderzoek geeft het team beleidsadvies en ontwikkelt methodes, computerapplicaties en dataplatformen. Hiermee wil het team het belang en de volledige scope van duurzaamheid binnen de stedelijke omgeving belichten.

Het belang van regelgeving en standaardisering

Om de duurzaamheid van gebouwen over hun volledige levenscyclus te analyseren en te verbeteren, wordt dit levenscyclus denken steeds vaker voorgesteld in standaarden en beleidsrichtlijnen. Studies op basis van levenscyclus gericht denken zijn gevoelig aan de veronderstellingen die kunnen gehanteerd worden en kunnen in sommige gevallen misbruikt worden om producten te ‘greenwashen’. Standaardisering van de methodologie is daarom heel belangrijk. Duidelijk gedefinieerde regels garanderen een uniforme basis voor de berekening van de milieu-impact van materialen en een eerlijke vergelijking van producten op gebouw(element) niveau. Het comité CEN/TC350 is verantwoordelijk voor de standaardisering van milieuproductverklaringen (Environmental Product Declarations) of EPD’s (standaard documenten die de milieu-impact van producten beschrijven) van bouwmaterialen. De basisregels worden beschreven in de Europese norm EN15804 [4]. Voor België werd een nationaal supplement toegevoegd voor bouwmaterialen op de Belgische markt [5]. Daarbovenop werd een rekenmethode beschreven om de milieu-impact op gebouwniveau te berekenen in de standaard EN15978. Voor België werd dit toegepast in een specifieke webtool, ontwikkeld door de drie Belgische gewesten, om de milieuprestaties van gebouwen te berekenen: TOTEM.

TOTEM: tool om de milieu-impact van bouwmaterialen op gebouwniveau te berekenen

In februari 2018 werd de webtool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials) gelanceerd voor het grote publiek [6].

TOTEM TOTEM

De webtool maakt het mogelijk de milieu-impact op gebouwniveau te analyseren. De transparante en objectieve tool werd ontwikkeld binnen een samenwerking tussen de drie Belgische gewesten en richt zich op gebouwontwerpers en andere bouwprofessionals. De basis is een methodologie gebaseerd op levenscyclusanalyse (LCA) en expertmodel MMG (Milieugerelateerde Materiaalprestatie van Gebouw(element)en), ontwikkeld door VITO/EnergyVille, KU Leuven en WTCB. Alle milieu-indicatoren worden uitgedrukt in een monetaire waarde en opgeteld tot één score. Dit maakt de interpretatie van de resultaten eenvoudiger.

“De eerste mijlpaal werd bereikt met de lancering van TOTEM. Momenteel treffen we, achter de schermen, de nodige voorbereidingen om merk-gebonden data te integreren in de tool en om ook circulariteit in rekening te brengen.”

Roos Servaes (OVAM), in naam van de 3 Belgische gewesten verantwoordelijk voor TOTEM

TOTEM is momenteel gebaseerd op de generieke milieudatabank Ecoinvent (versie 3.3), waarvan bepaalde data werd aangepast aan de Belgische context. Eveneens werd het voorbereidend werk gestart om specifieke EPD’s te integreren in TOTEM. Deze EPD’s moeten geregistreerd worden in de nationale EPD databank voor specifieke milieudata voor bouwmaterialen op de Belgische markt (B-EPD’s).

"Het gebruik van B-EPD's in TOTEM zal de relevantie van de tool voor de Belgische markt zeker vergroten. Naast merk gerelateerde EPD's spelen ook collectieve EPD's - voor een goed gedefinieerde productgroep - een rol. Ze bieden representatieve informatie voor architecten die nog geen specifiek product hebben gekozen in de ontwerpfase."

Laurie Dufourni, Duurzaamheidsexpert (Belgische Baksteenfederatie)

TOTEM

Het gebruik van TOTEM heeft momenteel nog geen wettelijk verplichtend karakter. Na de lancering in februari 2018 werd de tool geoptimaliseerd en getest. De drie Belgische gewesten monitoren en moedigen het gebruik van de webtool aan, wat uiteindelijk de basis kan vormen voor een wetgevend kader. Bijkomende eigenschappen van TOTEM die onderzocht worden, zijn het linken van het energiegebruik aan de EPB-calculatietool voor de energie-performantie en het binnenklimaat, en de integratie van circulariteit (omkeerbaarheid van gebouwelementen). Onderzoek wordt gevoerd naar benchmarks voor de milieu-impact van gebouwen, die in de toekomst geïmplementeerd kunnen worden in TOTEM.

Programma op maat om EPD’s te ontwikkelen voor de Belgische bouwsector

De Federale Overheidsdienst zette een Belgisch EPD programma op, ook B-EPD genoemd [7]. Het voornaamste doel van het Belgische EPD programma is om geïnteresseerde organisaties een kader voor EPD’s aan te bieden in overeenstemming met het Koninklijk Besluit rond milieuboodschappen [8] en deze publiek beschikbaar te stellen. Het B-EPD programma is relevant voor alle bouwproducten die in België in de handel worden gebracht of op de markt worden aangeboden.

"Wienerberger gebruikt EPD’s om zo een beter inzicht te verkrijgen in de milieu-impact tijdens de productie van gevelstenen, dakpannen en snelbouwstenen. De LCA’s laten toe deze impacten te kwantificeren na aanpassingen in het productieproces. EPD’s dienen gebruikt te worden voor doorrekening van het M (materialen)-peil op gebouwniveau en kunnen gebruikt worden voor B2B communicatie.”

Dr. Anita Ory, Public Affairs Manager - Duurzaamheid (Wienerberger)

EnergyVille/VITO is overtuigd dat de tijd rijp is om te investeren in de voorbereiding van LCA’s en EPD’s voor bouwmaterialen op de Belgische markt en wil zoveel mogelijk producenten vertegenwoordigd zien in de Belgische EPD databank. Daarom zette EnergyVille/VITO het B-EPD-ondersteuningsprogramma op, waarbinnen betaalbare B-EPD’s van bouwmaterialen opgemaakt worden voor zowel producenten als sectororganisaties. DIt B-EPD-ondersteuningsprogramma komt ook in aanmerking voor de KMO-portefeuille. De eerste 10 KMO's die in 2020 appliqueren voor het programma krijgen bovendien een extra korting.

Elk jaar worden verschillende informatiesessies georganiseerd om producenten te informeren over de verschillende aspecten en voordelen van B-EPD’s en de details van het ondersteuningsprogramma. Wil u graag deelnemen aan een van deze informatiesessies? Hou dan zeker onze eventpagina in de gaten en registreer gratis voor de sessies 'Hoe duurzaam is jouw bouwmateriaal?'

“Het ondersteuningsprogramma was voor SVK de uitgelezen kans om op een efficiënte en snelle manier te starten met de levenscyclusanalyse van onze producten. In eerste instantie zullen de resultaten aangewend worden om gericht de milieu-impact van onze producten te verkleinen. Door ze aansluitend te registreren in een Belgische EPD databank, hopen we op termijn ook dat de gegevens internationaal geaccepteerd en gevalideerd zullen worden.”

Carry Peeters, Directeur R&D (SVK)

Key takeaways:

  • Nieuwe gebouwen worden steeds energie-efficiënter. Het relatieve aandeel van de materialen in de totale milieu-impact van gebouwen wordt daardoor steeds groter. Het is daarom noodzakelijk om een duidelijk zicht te krijgen op de milieuprestaties van bouwmaterialen.
  • In februari 2018 werd de online webtool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials) gelanceerd. Voorbereidend werk is gestart om specifieke milieuproductverklaringen of B-EPD’s (Environmental Product Declarations) te integreren TOTEM.
  • De federale overheidsdienst zette een Belgisch EPD programma op, ook B-EPD genoemd. Dit portaal biedt geïnteresseerde organisaties een kader voor de ontwikkeling van B-EPD’s in overeenstemming met het Koninklijk Besluit rond milieuboodschappen..
  • Het B-EPD-ondersteuningsprogramma van VITO/EnergyVille, ondersteunt producenten van bouwmaterialen in de ontwikkeling van B-EPD’s die geïntegreerd kunnen worden in TOTEM:
    • Het opmaken van een B-EPD is nu betaalbaar en aantrekkelijker dan ooit.
    • Producenten van bouwmaterialen die zich positief willen differentiëren als competitief voordeel, kunnen gebruik maken van de kansen die B-EPD’s bieden.

Referenties

[1] https://ec.europa.eu/info/news/new-energy-performance-buildings-directi…

[2] Passer, A., Kreiner, H. & Maydl, P. (2012). Assessment of the environmental performance of buildings: A critical evaluation of the influence of technical building equipment on residential buildings. The International. Journal of Life Cycle Assessment, 17, pp. 1116-1130

[3] https://www.ovam.be/materiaalprestatie-gebouwen-0

[4] EN15804:2012+A2:2019

[5] NBN/DTD B 08-001:2017

[6] https://www.totem-building.be/

[7] https://emis.vito.be/sites/emis.vito.be/files/legislation/1125/2014/sb1…

[8] https://www.health.belgium.be/en/belgian-epd-programme-b-epd

TOTEM
Carolin Spirinckx

Contact

Carolin Spirinckx

Project Manager Smart Energy and Built Environment at EnergyVille/VITO
Lisa Damen

Contact

Lisa Damen

Researcher Smart Energy and Built Environment at EnergyVille/VITO
Arthur De Jaegher

Contact

Arthur De Jaegher

Researcher Smart Energy and Built Environment at EnergyVille/VITO