Het Europese STRATEGO wil nationale en lokale overheden ondersteunen bij het opbouwen van een beleidsvisie voor duurzame warmte- en koudevoorziening. Dat is nodig, want hoewel de warmtevraag het dubbele bedraagt van de elektriciteitsvraag, krijgt het warmtebeleid nu pas goed vorm terwijl het duurzame elektriciteitsbeleid al langer operationeel.stratego logo

Status

Afgesloten project

Periode

-

TRATEGO biedt ondersteuning op drie vlakken:

  1. Onderzoek naar de mogelijkheden voor een duurzame warmte- en koudevoorziening op landniveau
  2. Lokale casussen en projecten onder de loep nemen
  3. Kennisuitwisseling stimuleren, zowel tussen landen onderling als in het land zelf.

STRATEGO wordt geleid door EuroHeat&Power, de Europese federatie van warmtenetbedrijven. EnergyVille is de Belgische partner, samen met 15 andere uit ongeveer evenveel EU-lidstaten.

STRATEGO: katalysator voor lokale warmte- en koudeprojecten

Een nationale visie op warmte en koude moet gedragen worden door concrete projecten ten velde. Met STRATEGO ondersteunt EnergyVille de steden Brussel, Antwerpen, Kortrijk en Mol en de provincie Limburg. De studieresultaten voor deze 5 gebieden worden midden 2016 verwacht.

hitte eilandkaart brussel

Brussel

Voor Brussel berekende EnergyVille hoe ernstig het hitte-eilandeffect is voor het gewest. De conclusie is dat op zomeravonden de gemiddelde temperatuur in de stad gemakkelijk tot  4 °C hoger is dan in het omringende platteland. Tijdens hittegolven, zoals we begin juli nog een mochten ervaren, kan het temperatuurverschil nog veel hoger oplopen.  De bedoeling van deze hitte-eilandkaart is om motivatie te geven aan projecten voor een duurzame koudevoorziening in Brussel.

Kortrijk

Voor Kortrijk analyseert EnergyVille marktstructuren voor warmtenetten. Er zijn namelijk verschillende functies bij betrokken, gaande van warmteproductie, - distributie, het bewaken van het netevenwicht en van databeheer en facturatie. Het is de vraag in welke mate deze functies ondergebracht kunnen worden in een of meer bedrijven en welke voor- en nadelen dan daaraan verbonden zijn.

Antwerpen

De studie voor Antwerpen concentreert zich op de organisatie van warmtenetten met meer dan een warmtebron. EnergyVille zoekt uit welke criteria Antwerpen moet hanteren voor de rangorde van warmte-invoeding van de verschillende bronnen en hoe het moet omgaan met het verlenen van toegang van externe warmteleveranciers aan het net.

Mol

In Mol ondersteunen we de ontwikkeling van een warmtenet, gekoppeld aan het diepe geothermieproject. EnergyVille gaat na welke de voordelen zijn als we nu al kleine lokale warmtenetjes uitbouwen, die dan later aan een leiding met diepe geothermische warmte gekoppeld kunnen worden.

Provincie Limburg

De provincie Limburg analyseert met EnergyVille de warmte-gerelateerde kaartlagen uit VITO’s eerdere cartografische analyse van het hernieuwbare energiepotentieel. Hieruit moeten kansrijke gebieden voor projecten naar boven komen met concrete projectvoorstellen die met belanghebbenden verder besproken worden.

Studiereis door Kortrijk en Antwerpen naar Denemarken

De derde belangrijke bijdrage van STRATEGO is kennisuitwisseling. In dat kader bracht EnergyVille Kortrijk en Antwerpen in contact gebracht met respectievelijk met het Deense Odense en Zweedse Gotenburg, twee steden met een gevestigde traditie in warmtenetten.

De reacties waren achteraf zeer positief; ‘Ik heb in die 2 dagen meer geleerd dan in alle vergaderingen samen’, zei onder meer Sébastien Lefebvre van de Stad Kortrijk, die mocht ervaren dat warmtenetten in Denemarken ook klein zijn begonnen, zoals in Kortrijk nu. Gelijkaardige geluiden bij de delegatie uit Antwerpen: ‘De ontwikkelingen hier in Gotenburg geven een mooi beeld van hoe de warmtevoorziening in Antwerpen er in de toekomst uit kan zien’ liet Sam Verbelen zich ontvallen.

Vooral de getuigenis vanuit de PREEM-raffinaderij in Gotenburg, die al ruim dertig jaar warmte levert aan het warmtenet in de stad, maakte indruk: ‘Dankzij de warmtelevering aan het stadsnet staan de twee raffinaderijen in Gotenburg helemaal vooraan in de wereldwijde Solomon-benchmark over de energie-efficiëntie van raffinaderijen. Het contract tussen onze raffinaderij en het warmtebedrijf is een echte win-win-win: win voor ons omdat we geld verdienen aan warmte die we anders toch moeten wegkoelen, win voor het warmtenetbedrijf omdat ze zo een goedkope warmtebron heeft en win voor de maatschappij omwille van de opvallende afname van CO2-uitstoot en andere polluenten.’

De vertegenwoordiger van de Gotenburgse afvalverbrandingsoven RENOVA beaamde dit: ‘Een vierde van onze inkomsten halen we uit de levering van warmte. Mochten we dit niet doen, dan zou de Gotenburger opvallend meer betalen voor het achterlaten van afval.’

‘Belangrijke lessen’ merkten Wouter Cyx, stad Antwerpen, en Paul De Rache, Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen, op, ‘het geeft ons inzichten om in open dialoog te treden met de energie-intensieve industrie,  hier in eigen land.’ En hoewel deze laatste niet aan de studiereis konden deelnemen, volgen ook zij deze discussie nauw op.

Energiebesparing zit niet alleen in elementen, ook in het systeem

Welke mogelijkheden hebben de EU-lidstaten inzake duurzame warmte en koude en welke bijdrage levert dit aan het globale energiesysteem? Voor vijf verschillende Europese landen: Italië, Kroatië, Roemenië, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk, berekenden de projectpartners de energiebesparing van een reeks ingrepen:

  1. overal energiezuinige gebouwen
  2. de uitbouw van warmtenetten in voldoend dichtbevolkte gebieden
  3. invoering van restwarmte van afvalverbrandingsovens en industrie en van groen opgewekte warmte in deze warmtenetten
  4. uitrol van duurzame warmtetechnieken in dunner bevolkte gebieden, met de warmtepomp op kop.

Deze rekenoefening was een intellectuele uitdaging en vergde de uitbouw van gesofisticeerde modelleertools. Zo ontwikkelde STRATEGO een warmtevraagkaart voor heel Europa met een resolutie van 1x1km.

pan-european thermal atlas

De resultaten waren verbluffend. Dit onderzoekt toont een potentieel:

  • om de warmtevraag voor gebouwen te reduceren met 30 tot 50%, afhankelijk van het land
  • de warmtenetten uit te breiden naar 40 tot 70% t.o.v. het huidige 0 tot 25% ,
    met warmtepompen als voornaamste warmtebron in landelijke gebieden, geflankeerd door zonneboilers en pelletketels.

Dit zou leiden tot een reductie van de energievraag tegen 2050 van 1.000 terrawattuur per jaar (TWh/jaar) voor de vijf landen samen, wat overeenkomt met de huidige totale energievraag van Tsjechië, Kroatië en Roemenië. In deze 5 landen zou de CO2-uitstoot dalen met 45 à 70%, zo'n 275 miljoen ton/jaar. De energiekosten ten slotte zouden dalen met 10 tot 15%.

Dergelijke scenario’s helpen de  Europese Unie om haar CO2-emissies tegen 2050 met 80% te reduceren, zoals de Commissie vooropstelt - en dat aan €100 miljard per jaar goedkoper dan wanneer ze dit potentieel voor duurzame warmte en koude niet zou benutten.

De inschatting van dit doorgedreven energie-efficiëntiebeleid op de warmte- en koudevoorziening voor Italië, Kroatië, Roemenië, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk is te vinden op http://stratego-project.eu/nhcps/.