09-07-2020

Eind 2019 werd de Green Deal voorgesteld, het plan met de ambitie van Europa tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te maken. Kort daarna werd de wereld getroffen door COVID-19, wat aanleiding gaf tot een crisis in vele sectoren en ook op het energiesysteem een duidelijke impact had. EnergyVille schreef een paper over de invloed van de coronacrisis op het energiesysteem, aandachtspunten voor onderzoek en regelgeving en lessen voor de toekomst, en VITO organiseerde vervolgens een rondetafelgesprek met enkele thought leaders.


Flexibiliteit: Wat heeft de coronacrisis ons geleerd over ons toekomstig energiesysteem?

De coronacrisis leerde ons op verschillende gebieden al interessante dingen. Door de tijdelijke daling in de vraag en enkele periodes met volop wind en zon werd de elektriciteitsproductie meer dan ooit gedomineerd door hernieuwbare energiebronnen. Een soort vooruitblik op de toekomst dus, want de komende decennia zal het energiesysteem steeds meer hernieuwbare bronnen kennen. Om het systeem in balans te houden is er daarom nood aan flexibiliteit, zowel aan de productiezijde als aan de vraagzijde met daartussen allerlei opslag.

Philippe van Troeye, Engie: “Vandaag de dag is er nood aan het creëren van een stabiel kader, zeker wanneer je kijkt naar de evolutie van de Centraal-West-Europese energiemarkt. In Frankrijk, Duitsland, Nederland en België zal in tien jaar 90 Gigawatt bestuurbare capaciteit verdwijnen.”

Internationaal kader

Voor de economische relance na de coronacrisis is het uitermate belangrijk dat duurzame en toekomstgerichte keuzes gemaakt worden. Daarom stelde Denemarken in een oproep om de basisprincipes van de Green Deal als leidraad te hanteren voor een duurzame economische relance na de coronacrisis. Reeds 19 landen in de EU onderschreven deze vraag, België is daar tot op heden nog niet bij. Toch kan Europa met de Green Deal het stabiele kader scheppen waarin duurzame beleidskeuzes worden gemaakt.

Véronique Goossens, Belfius: “Dit kan een kantelpunt zijn, de Europese richting is daarbij toonaangevend. De Europese marsrichting is bijzonder duidelijk en biedt opportuniteiten om onze economie naar een hoger niveau te tillen. We zien ook duidelijk dat de investeringsijver van de markt niet is opgedroogd, dus dat stemt mij positief.“

Ook de samenwerking binnen Europa mag daarbij niet vergeten worden.

Tomas Wyns, VUB: “We bevinden ons in een van de grootste industriele regio’s ter wereld: Rotterdam, Antwerpen, Duinkerken, Nordrhein-Westfalen. Als je dat samentelt is dat vergelijkbaar met de grootste Chinese industriële regio’s en we gaan moeten samenwerken, al zal er ook onderlinge concurrentie zijn.”

Toekomst van fossiele brandstoffen

Fossiele brandstoffen zullen een rol spelen als overgangsbrandstof, maar een complete uitfasering in de komende decennia zal onvermijdelijk zijn. Het is daarbij belangrijk de tijdshorizon in acht te nemen en er rekening mee te houden dat huidige investeringen 20 à 30 jaar meegaan.

Bram Claeys, ODE: “We hebben nog geen enkel tijdsgewricht gehad waarbij een energiebron echt verdwenen is. We hebben nog altijd biomassa, steenkool, petroleum. Die moeten verdwijnen en dat zal gebeuren omdat de alternatieven aantrekkelijker, beter zijn en meer comfort opleveren. Het uitfaseren van fossiele bronnen zal een enorme inspanning vergen van de industrie, bedrijven, onderzoeksinstellingen en de overheid.”

Rol van experten

Tijdens de coronacrisis kwam de wetenschapper in een positief daglicht te staan ter onderbouwing van beslissingen, en ook de interesse van het brede publiek voor de wetenschapper was positief. Het is duidelijk dat ook de energietransitie niet kan zonder multidisciplinaire kennis om de complexe keuzes te ondersteunen en voortschrijdend inzicht te capteren. Onderzoeksinstellingen spelen daarbij een cruciale rol.

Extra

Pieter Lodewijks

Contact

Pieter Lodewijks

Programme Manager Smart Energy & Built Environment at EnergyVille/VITO