28-10-2021

Dit rapport is opgesteld door het EMA en zijn Europees Topic Centre voor mitigatie van klimaatverandering en energie (ETC/CME). Het ETC/CME wordt gecoördineerd door VITO/EnergyVille en is een consortium van Europese instituten dat het EMA bijstaat bij de ondersteuning van het EU-beleid op het gebied van beperking van de klimaatverandering en energie. VITO/EnergyVille was verantwoordelijk voor de beoordeling van de vooruitgang die geboekt is op weg naar de doelstellingen inzake energie-efficiëntie.

 


EU haalt 20-20-20-klimaatdoelstellingen, 55 % emissiereductie tegen 2030 haalbaar met meer inspanningen en beleid

In het EMA-verslag 'Trends and Projections in Europe 2021' wordt geraamd dat de EU haar drie klimaat- en energiedoelstellingen voor 2020, namelijk de uitstoot van broeikasgassen met 20 % verminderen ten opzichte van 1990, het aandeel van hernieuwbare energie tot 20 % verhogen en de energie-efficiëntie met 20 % verbeteren, heeft bereikt.

Volgens voorlopige gegevens van het EMA is de uitstoot van broeikasgassen in de EU van 2019 tot 2020 met 10 % gedaald. De grote daling hield sterk verband met de Covid-19-pandemie, maar de omvang van dit effect is onzeker in vergelijking met de rol van het klimaatbeleid. Ter vergelijking: van 2018 tot 2019 daalden de emissies in de EU al met 4%.

De analyse van het EMA is gebaseerd op definitieve klimaat- en energiegegevens voor 2019, en voorlopige gegevens voor 2020. De analyse wordt aangevuld met een nieuwe website om klimaat- en energiegegevens en landenprofielen te verkennen, en met een technische bijlage over gegevens en streefcijfers.

20-20-20-doelstellingen bereikt

Volgens ramingen van het EMA waren de broeikasgasemissies in de EU-27 in 2020 31% lager dan in 1990 (alleen de bruto-emissies worden meegerekend - zie hieronder voor de netto-emissies). Dit betekent een aanzienlijke overschrijding van de reductiedoelstelling van 20%.

Op basis van voorlopige gegevens hebben echter slechts 21 lidstaten hun nationale streefcijfer voor 2020 gehaald. Dit betekent dat Bulgarije, Cyprus, Finland, Duitsland, Ierland en Malta gebruik moeten maken van flexibiliteiten, zoals het kopen van emissiequota van andere EU-landen, om aan hun wettelijke doelstellingen te voldoen.

De economische sectoren die onder de EU-regeling voor de handel in emissierechten (ETS) vallen, waaronder de elektriciteitsproductie en de zware industrie, hebben tot veel sterkere emissiereducties geleid dan de zogenoemde sectoren met gedeelde inspanningen, waaronder vervoer, gebouwen en landbouw.

Uit de voorlopige ramingen van het EMA blijkt dat de EU in 2020 een aandeel van 21,3% hernieuwbare energiebronnen in haar energieverbruik zal hebben bereikt. Volgens de EMA-analyse is de algemene positieve vooruitgang vooral te danken aan het toegenomen gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor elektriciteit, verwarming en koeling. Het gebruik van hernieuwbare energie in de vervoersector neemt langzamer toe, maar uit voorlopige gegevens blijkt dat de EU het streefcijfer van 10 % voor het gebruik van hernieuwbare energie in deze sector net niet heeft gehaald.

Een vermindering van het energieverbruik met 20% leek jarenlang onwaarschijnlijk, maar de wijdverspreide lockdowns in 2020 als gevolg van COVID-19, lijken het primaire en het finale energieverbruik van de EU onder de streefniveaus te hebben geduwd, met een marge van respectievelijk 5 % en 3 %. Om de langetermijndoelstellingen te halen, moet het energieverbruik verder worden verlaagd.

België heeft slechts één doelstelling gehaald, namelijk de vermindering van de broeikasgasemissies met 25% ten opzichte van 1990. Op het vlak van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie is er nog heel wat werk aan de winkel om de 2030-doelstellingen te halen.

Op weg naar 2030

De EU heeft onlangs een netto-emissiereductiedoelstelling van 55 % tegen 2030 ingevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met de koolstofverwijdering door bosbouwactiviteiten. Deze doelstelling effent het pad om tegen 2050 klimaatneutraliteit in de EU te bereiken.

Het EMA raamt dat de netto-emissies van de EU in 2020 34 % lager lagen dan in 1990. Volgens de laatste beschikbare nationale prognoses zou de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid en van de maatregelen die momenteel op nationaal niveau zijn gepland, kunnen leiden tot een netto-emissiereductie van 41 % tegen 2030. In deze prognoses is echter nog geen rekening gehouden met de nieuwe maatregelen die de Europese Commissie in haar klimaatpakket "Fit for 55" heeft voorgesteld om de nettoreductiedoelstelling van 55% te halen. Er zijn dus extra emissiereducties nodig, die de EU op weg kunnen helpen naar het streefcijfer van 55 % in 2030 en naar klimaatneutraliteit in 2050.

In het verslag wordt ook opgemerkt dat de verdere invoering van hernieuwbare bronnen voor elektriciteitsopwekking moet worden volgehouden om de EU-doelstelling inzake hernieuwbare energie te halen. Hernieuwbare energiebronnen moeten ook een veel groter aandeel van de voor verwarming, koeling en vervoer gebruikte energie bestrijken, en er zijn nieuwe ontwikkelingen nodig, zoals de uitbreiding van stadsverwarming en -koeling en de integratie van andere energiedragers dan bio-energie.

Om het energie-efficiëntiestreefcijfer van de EU voor 2030 te halen, zal het energieverbruik ook aanzienlijk sneller moeten dalen dan de efficiëntieverbeteringen die tussen 2005 en 2020 zijn bereikt.