19-11-2020

De kernuitstap is geen evidentie, en ja, er komen enkele gascentrales bij. Maar er dienen zich zoveel kansen aan voor hernieuwbare energie en energiebesparing. We slaan echt de weg in naar een duurzamere samenleving.

Onze CEO Ronnie Belmans geeft zijn visie op de energietransitie.

Ronnie Belmans


De EU heeft een duidelijk kader gegeven, de Green Deal is er en de doelstellingen worden uitgewerkt. De grote lijnen zijn helder: een reductie met 55 procent van de broeikasgassen, rond 40 procent van het finale energiegebruik komt van hernieuwbare bronnen en de energie-efficiëntie verbetert met minstens 32 procent tegen 2030. Dat zijn enorme uitdagingen en tien jaar is niet lang: vandaag beginnen en allemaal in dezelfde richting werken is de boodschap. We kunnen ons in 2030 geen tweede ronde boetes veroorloven, zoals die nu in de brievenbussen van de verschillende overheden dreigen te vallen.

Elektrische energie is een essentiële, maar in grootte beperkte energievector: ongeveer 17 procent van het finale energiegebruik wordt via elektriciteit bij de eindgebruiker aangeleverd. Als we tegen 2030 het totale elektriciteitsgebruik uit hernieuwbare bronnen halen, zitten we amper in de helft van de Europese doelstelling. De andere helft moeten we realiseren door elektrificering van auto’s, het gebruik van warmtepompen, de geavanceerde renovatie van gebouwen en een hele reeks andere maatregelen. Daardoor stijgt het elektriciteitsgebruik, maar neemt het energieverbruik in zijn geheel sterk af.

De investeringen zijn niet te onderschatten. Maar ze leggen de basis van ons energiesysteem voor de volgende decennia. De resultaten van een recente studie van EnergyVille zijn duidelijk: tegen 2030 kan ongeveer 56 procent van de elektrische energie worden aangeleverd uit hernieuwbare bronnen.

Renovatie

Wat houdt dat concreet in? Veel import via een versterkt elektriciteitsnet, om gebruik te kunnen maken van de offshorewindontwikkelingen in de Noordzee. Tegelijk dient de tweede concessie voor onze kust volledig uitgebouwd te zijn, wordt op het land minstens 2,3 GW aan nieuwe windturbines gebouwd (80 turbines van 3 MW per jaar), en dient er 16 GW aan zonnepanelen gelegd te worden (met 350 W per paneel zijn dat 4,5 miljoen panelen per jaar). En ja, er dienen ook een viertal nieuwe gascentrales gebouwd te worden. Door al die investeringen zal de CO2-uitstoot van dat elektriciteitssysteem op dat ogenblik minder dan 10 procent zijn van de totale uitstoot nu in België.

De renovatie van woningen en wijken moet zo gebeuren dat het comfort voor de bewoner toeneemt. Isolatie op voldoende hoog niveau, gecombineerd met lokale energieproductie, warmtepompen en geavanceerde warmtenetten op lage temperatuur zijn elementen die flexibel ingezet moeten worden. Architecten en bouwnijverheid zullen zeer innovatief moeten zijn. De overheid moet een kader scheppen, zonder te vervallen in regelneverij.

Voor het vervoer is de elektrificering van het wagenpark een evidentie. Een elektrische auto gebruikt minder dan een derde van de energie per afgelegde kilometer dan een traditionele verbrandingsmotor. De bezwaren, zoals een beperkte reikwijdte en onvoldoende laadpunten, zijn zeer twijfelachtig. Wagens met een reikwijdte van 400 km en meer zijn de standaard aan het worden en de sector zal na duidelijke overheidsbeslissingen snel in voldoende laadcapaciteit voorzien. Studies wijzen uit dat intelligente laadsystemen de investeringen in de netten kunnen beperken. De overheid moet met het openbaar vervoer een voortrekkersrol spelen in de elektrificering. Er zijn investeringen nodig in de distributienetten, zowel voor klassieke bekabeling als voor intelligente sturing.

Het hoogspanningsnet moet uitgebouwd worden, denk maar aan de aanleg van de Ventilus- en Boucle du Hainaut-projecten voor de aankoppeling van de nieuwe windmolenparken op zee, maar ook naar het noorden toe, om de offshorewindenergie van de windmolens in de Noordzee voor de Belgische industrie toegankelijk te maken.

Marsrichting

Het volgende decennium wordt een enorme uitdaging. De elektrificering van vele toepassingen vormt de grote marsrichting, met daarrond vele nieuwe ontwikkelingen. Tussen nu en 2030 moet ook de richting voor de verduurzaming van de industriële toepassingen duidelijk worden. Er is een plan nodig waarin efficiëntieverbeteringen, CO2-opslag en -hergebruik, elektrificatie en gebruik van hernieuwbare moleculen een plaats krijgen. Dat plan moet sectoren integreren en moet samen met onze buurlanden worden opgesteld. Onderzoek & ontwikkeling  in bedrijven en onderzoekscentra zijn essentieel om de koolstofneutrale molecules, waaronder waterstof, aan te reiken voor nieuwe technologieën.

De uitdagingen zijn groot, maar de opportuniteiten zijn nog veel groter. We moeten er dus voor gaan. Filosofische overwegingen, deels gebaseerd op nostalgie en op mooie technologieën die nog nergens staan, brengen ons geen stap verder. Laten we samen met de industrie, de overheden en alle burgers de energietransitie aanpakken. Niet omdat Europa dat eist, en omdat het nodig is voor het klimaat, maar vooral omdat het leidt tot een betere leefomgeving: stille elektrische auto’s, verwarming zonder fijnstof, en tegelijk een florerende industrie die groeit naar een koolstofneutrale werking tegen 2050.