Opiniestuk - Betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid: een haalbare combinatie

30-08-2017

De transitie naar een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem heeft een belangrijke maatschappelijke impact. Er is nood aan substantiële investeringen en daarom dienen de keuzes die gemaakt worden feitelijk en cijfermatig onderbouwd te worden. Enkel zo is een lange termijn energiepolitiek haalbaar en wordt er afgestapt van de huidige stop-and-go aanpak die de laatste 15 jaar op federaal vlak gekenmerkt heeft

Begin dit jaar publiceerde EnergyVille de resultaten van een wetenschappelijke analyse van mogelijke scenario’s voor de elektriciteitsproductie in België voor 2020-2030, een studie besteld door Febeliec (http://www.energyville.be/sites/default/files/energyville_energy_transit... (externe link) ). Uiteraard staat deze studie niet op zich, maar is zij gebaseerd op een jarenlange kennisopbouw op dit vlak. De vragen die in deze studie specifiek aan bod komen, zijn: 1) Hoe ziet onze elektriciteitsproductie eruit in 2020, rekening houdend met de huidige politieke beslissingen 2) Hoe ziet de Belgische elektriciteitsproductie eruit in 2030, rekening houdend met de meest recente technologische ontwikkelingen? 3) Welke impact hebben mogelijke politieke keuzes op de gerelateerde kost van de energietransitie?

De verschillende scenario’s werden berekend met het EnergyVille TIMES model voor België. Het model zoekt naar de meest kostenefficiënte oplossing om aan de vraag aan energiediensten te voldoen. Bestaande subsidiëring wordt in het model niet opgenomen, gezien dit een vorm is van financiering en een kost voor de maatschappij.

De berekening werd gemaakt op basis van het huidige beleid. Dit centrale scenario hanteert als parameters onder meer een toename van de elektriciteitsimportcapaciteit van de huidige 3.500 naar 6.500 MW in 2020, gestaag stijgende brandstofprijzen en een volledige afbouw van nucleaire energie tussen 2022 en 2025.

De resultaten tonen aan dat in het centrale scenario de hernieuwbare energieproductie verdrievoudigt: van 11 tot 36 TWh in 2030. Dan bestaat 50% van de elektriciteitsproductie in België uit duurzame energie, zoals zonne- en windenergie. De capaciteit van aardgascentrales (warmtekracht koppeling en gasturbines) blijft min of meer op het huidige niveau, 6.000 MW, wat vervangings- en nieuwe investeringen vereist. Aardgascentrales en verbeterde interconnectiviteit met de buurlanden zijn noodzakelijk voor een balans met de intermittente hernieuwbare elektriciteitsproductie.

Ook de afgeleide scenario’s bevestigen een stijging in de productie van hernieuwbare elektriciteit in lijn ligt met deze verdrievoudiging: hernieuwbare technologieën hebben een onmisbare rol in een kostenefficiënt en duurzaam elektriciteitssysteem. De resultaten houden nog geen rekening met de ondertussen bekend geworden extreme prijsdalingen voor off-shore windparken die de kostenefficiënte van deze energievorm sterk verhoogt.

Het scenario met een 10 jaar extensie na 2025 van 2 GW aan nucleaire capaciteit geeft een sterke daling in de productie door gascentrales, en een beperkte daling van import en productie door hernieuwbare bronnen. Hierdoor dalen hun draaiuren en dus ook hun inkomsten, waardoor hun vraag naar financiële ondersteuning zoals die nu voorligt, zal blijven.

De jaarlijkse kost van het elektriciteitssysteem is in 2030 in het nucleaire extensie scenario zo’n 10% lager dan in het centrale scenario. Dit verschil zit hem in lagere aardgaskosten. De investeringen die moeten gebeuren tussen nu en 2030 blijven op een gelijk niveau, met verschuiving van nieuwe gascentrales in het centrale naar het langer open houden van nucleaire centrales in het extensie scenario.

De verdere, kostenefficiënte groei van hernieuwbare productie maakt echter dat we ook na 2030 meer nood hebben aan flexibiliteit in vraag en productie. Die kan geleverd worden door vraagsturing, gascentrales en opslag, maar niet door de bestaande kerncentrales.

De studie geeft de volgende resultaten, die een mogelijk actieplan vormen voor een toekomstig federaal energiepact, met name een duurzaam energiesysteem tegen minimale kostprijs voor de maatschappij:

  • Hernieuwbare energie
    • Wind op zee: volledige uitbouw van reeds bestaande concessies. Groei van 0,8 GW in 2016 naar 2,2 GW tegen 2025
    • Wind op land: groei van 1,5 GW in 2016 tot 8,6 GW tegen 2030
    • Zonnepanelen: groei van 3 GW in 2016 tot 7,9 GW tegen 2030
  • Gascentrales: investeringen in vervanging van oude centrales en in nieuwe centrales zijn nodig, maar het aantal draaiuren blijft tot 2025 eerder beperkt. Na sluiting van de nucleaire centrales stijgt hun aantal draaiuren aanzienlijk (tot meer dan 5300 uren op jaarbasis) en neemt de rendabiliteit toe.
  • Interconnectie: geplande uitbreiding van interconnecties met het buitenland van 3,5 naar 6,5 GW in 2020 is nodig en zorgt er voor dat de prijs hoe langer hoe meer in een Europese context bepaald wordt.

EnergyVille biedt aan om blijvend wetenschappelijk gebaseerde input te leveren voor de politieke besluitvorming en zo de discussies te objectiveren, zodat zoals dit ook in Duitsland gebeurt (https://www.agora-energiewende.de/en/ (externe link) ), de lange termijn visie bewaard wordt, de kosten van beslissingen gekend zijn en de maatschappij een duurzaam energiesysteem krijgt tegen een minimale kostprijs.

Door Ronnie Belmans en Pieter Lodewijks

De studie werd samengevat in een handige tableau presentatie​.